Stads- en wijkmonitor 2017
ARCHIEF

Zorgzame stad

Zorg
Vanaf 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor meer zorgtaken en een groot deel van de jeugdhulp. Het aantal cliënten begin 2017 bedraagt circa 12.500: ruim 2.000 jeugdhulp en bijna 10.500 Wmo. De registraties tonen aan dat voor veel cliënten meerdere voorzieningen van toepassing zijn en tevens dat er voor diverse voorzieningen heel veel zorgaanbieders worden ingeschakeld, waaronder veel kleinere. Het cliëntervaringsonderzoek 2016 laat over de hele breedte een positief beeld zien. Wmo-cliënten geven een gemiddeld rapportcijfer van 7,7 voor het nut van de hulp die men heeft gekregen. Ook het rapportcijfer bij de jeugdhulp is ruim voldoende, maar ligt toch iets lager: 7,5 bij de ouders van de groep tot en met 14 jaar en 7,0 bij de jongeren van 15 jaar en ouder. Vaker genoemd als te verbeteren zaken zijn de samenwerking tussen de instellingen en het aanvraagproces (bureaucratie, traagheid).
De betekenis van de sociale wijkteams als toegangspoort voor de zorgvoorzieningen (waaronder Wmo en jeugdhulp) wordt sterker. In alle gebieden waar de 10 teams voor werken nam het aantal aanmeldingen in 2016 flink toe.
Een relatief klein aandeel van de huishoudens bepaalt een groot deel van het gebruik van gemeentelijke regelingen op het vlak van inkomen, werk, zorg en jeugdzorg. Het regelingengebruik is relatief hoog bij eenoudergezinnen en huishoudens van niet-westerse afkomst en in een aantal Nijmeegse aandachtsgebieden. Ook cliënten van de regieteams (multiprobleemhuishoudens) en de sociale wijkteams (huishoudens met zorg- en hulpvragen) komen naar verhouding vaak in de registraties voor.

Inzet voor anderen
Bij de aanpak van zorgvragen wordt zo veel mogelijk geprobeerd het eigen netwerk rondom mensen een bijdrage te laten leveren. In de periode 2013-2015 is het percentage Nijmegenaren dat zich inzet voor anderen ongeveer gelijk gebleven; 6% biedt dagelijks mantelzorg en 17% biedt regelmatig hulp aan personen buiten het eigen huishouden. Ook het percentage dat aangeeft hulp van familie, vrienden of bekenden te ontvangen is gelijk gebleven (ongeveer 10%, bij de 75-plussers een kwart).
Als we alle vormen van vrijwillige inzet voor de samenleving meerekenen (bijvoorbeeld ook vrijwilligerswerk voor organisaties), dan blijkt ruim de helft van de Nijmegenaren hier tijd in te steken.

Financiële situatie huishoudens
De economische crisis van de afgelopen jaren laat zijn sporen na in de stad. Het percentage Nijmeegse huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum steeg van 15% in 2011 naar 18% in 2014. Landelijk wordt in 2013 een piek in de armoede bereikt, gevolgd door een lichte afname in 2014. De ramingen voor 2015 en 2016 wijzen op een verdere lichte daling van de armoede. Ook voor Nijmegen zijn er enkele signalen die wijzen op een daling van de armoede. Het percentage Nijmeegse huishoudens dat aangaf dat de financiële situatie van hun huishouden slecht was, daalde van 11% in 2013 naar 9% in 2015. En vanaf 2014 is de werkloosheid aan het dalen, evenals het aantal personen met een WW-uitkering. Wel nam het aantal bijstandsgerechtigden in 2016 nog toe, onder meer door de vestiging van statushouders en veranderingen in de Wajongregelingen.

Gezondheid
Het percentage Nijmegenaren dat zich goed tot zeer goed gezond voelt is 76% (Burgerpeiling 2015). In vergelijking met de Burgerpeiling van 2013 is er een lichte daling te zien, het meest nog te merken bij de oudste categorieën en lager opgeleiden. Een van de mogelijke verklaringen voor die daling is de veroudering van de (zelfstandig wonende) bevolking. Ontwikkelingen in de sportdeelname lijken geen verklaring te bieden; het percentage sporters is gelijk gebleven, in Nijmegen wordt relatief veel gesport en bewogen en minder volwassenen dan in de benchmarksteden hebben overgewicht. Wel is ook in Nijmegen het aandeel met overgewicht nog altijd fors (30% matig, 10% ernstig). Personen met een lagere sociaaleconomische status (SES) voelen zich veel minder vaak goed gezond, sporten minder en zijn vaker afhankelijk van mantelzorg.
Monitoronderzoek onder middelbare scholieren (laatste meting 2015) laat enkele positieve trends zien: een afname van roken, alcoholgebruik en frequent schoolverzuimen en een toename van het percentage dat zich goed gezond voelt. Wel spelen er diverse relatief nieuwe problemen, zoals sexting, cyberpesten en problematisch gamen en social mediagebruik.
De laatste jaren is het aantal meldingen van overlast door verwarde personen geleidelijk toegenomen. In 2016 was er een forse piek in het aantal meldingen, maar na augustus daalde het aantal naar het niveau van de voorgaande jaren. Het blijkt lastig te zijn om deze ontwikkelingen goed te duiden.

Blik in de toekomst
De komende vijftien jaar zal de vraag naar zorg flink toenemen vanwege de toename van de groep ouderen vanaf 75 jaar. In Dukenburg en Lindenholt gaat deze groep het sterkst toenemen.
Het landelijke en lokale beleid is gericht op het langer zelfstandig blijven wonen van ouderen. Door de sterke toename van het aantal ouderen zal het aantal woningen waarin wonen en zorg gecombineerd kan worden uitgebreid moeten worden, vooral door woningaanpassing maar ook in de vorm van specifieke ouderenwoningen. Een knelpunt daarbij is de lage verhuisgeneigdheid bij de minder zelfredzame ouderen.

Meer informatie vindt u door te klikken op de onderwerpen op deze pagina. Voor meer gedetailleerde informatie kunt u ook bij onderzoeksinformatie programma´s kijken (zorg en welzijn, inkomen en armoedebestrijding, sociale omgeving en participatie).